Werking

Fotovoltaїsche zonnepanelen , ook wel PV-cellen genoemd, zetten (zon)licht om in elektriciteit. Zonnepanelen (1) bestaan uit meerdere zonnecellen die met elkaar verbonden zijn. Elke zonnecel is gemaakt van speciaal materiaal namelijk silicium waarin –onder invloed van licht- een spanningsverschil ontstaat. Er zijn ook zonnepanelen die gemaakt zijn met dunnelaagtechnologie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van amorf silicium. Deze elementen hebben een lager rendement, maar zijn ook beduidend goedkoper. Het rendement van gangbare zonnepanelen ligt tussen ca. 5 en 10% De meeste apparaten werken alleen op wisselspanning van 230 Volt. Daarom is er meestal ook nog een omvormer(ook wel inverter (2) genoemd) nodig. De omvormer zorgt ervoor datde stroom uit de zonnepanelen omgezet wordt in wisselstroom van het juiste voltage. Deze stroom kan dan gebruikt worden voor eigen gebruik (4). PV-systemen kunnen aan het elektriciteitsnet worden gekoppeld. Hierdoor is het mogelijk om bij een overproductie de elektriciteit aan het elektriciteitsnet (3) ‘terug’ te leveren. Ook kunnen PV-systemen op afgelegen plekken energie leveren voor bijvoorbeeld communicatiesystemen , waterpompen ed. Er zijn zonnepanelen die heel geschikt zijn voor zichtbare architecturale toepassingen. Dit is de zogenaamde achtercontactcel, hierbij liggen de elektrische contacten op de achterzijde en heeft aan de voorkant dus nauwelijks een zichtbaar raster. zonder storende dubbele metaalstroken. Dat resulteert ook in een grotere bruikbare oppervlakte van de cellen en hoeveelheid geleverde stroom. Zonnepanelen genieten in toenemende mate aan grote populariteit: ze passen goed in de toenemende belangstelling voor duurzame energie. Zonnepanelen zijn schoon, stil en duurzaam. Om het gebruik van zonnepanelen te stimuleren heeft de overheid subsidieregelingen in het leven geroepen.